Loofdoding pootgoed – resultaten

Afgelopen zomer had Inagro een proef aanliggen rond loofdoding in pootgoed. De proef werd aangelegd in het ras Fontane (plantafstand en bemesting conform gangbare pootgoedteelt). De zeer natte omstandigheden maakten dat er niet kon geloofklapt worden in de proef, net zoals op veel praktijkvelden afgelopen seizoen. Er werden diverse schema’s aangelegd met Gozai + Actirob, Spotlight Plus (en/of Shark). Alles werd 3x behandeld. In sommige schema’s werd Ranman Top toegevoegd en er werd ook gekeken of de minerale olie Vazyl een meerwaarde kon bieden. Zowel het loof als de stengels konden met 3 behandelingen op een fel gewas goed geloofdood worden. Ondanks de loofdoding van een zeer groen, vitaal gewas werd er nauwelijks hergroei waargenomen. Links: typisch gespikkelde bladeren na behandeling met Gozai; Rechts: verwelking bovenste bladeren na behandeling met Spotlight Plus (beiden 1 dag na bespuiting) De volledige toelichting en resultaten van de proef kan je nalezen op de site van Inagro, zie Gezocht: snelle loofdoding | Inagro. . Deze proef lag aan in het kader van de Operationele Groep “Gezocht: snelle loofdoding”, waarvoor VVP zijn steun verleend...

Kiemremming pootgoed

Tijdens een bijeenkomst van de pootgoedacademie ZW-Nederland in Colijnsplaat op 4 februari ’15 werd ingegaan op de mogelijkheden van kiemremming in pootgoed met ethyleen en Talent. Behandeld pootgoed heeft meer knollen per struik, waardoor gewenste maatsortering vaak iets later (1 week) gehaald wordt dan gewoon pootgoed.   Ethyleen Toelichting door firma Ten Brinke, die ethyleen verdeelt voor Restrain. Met ethyleen wordt (a) de veroudering versneld, wat meer knollen geeft en (b) de kieming geremd. Er kan ook bij hogere temperaturen bewaard worden, waardoor er in het voorjaar minder condens ontstaat op de poters, wat dus voor minder zilverschurft zorgt. In 2014 werden 60 rassen opgevolgd bij 75 telers. Volgende zaken werden uitgelicht: Starten toepassing bij 4,5°C en dit liefst zo lang mogelijk aanhouden. Op einde temperatuur laten oplopen tot 6 à 6,5°C CO2 wordt mee opgevolgd, naast condens, temperatuur en ethyleen (C2H4) concentratie CO2 is een ademhalingsgas en wordt meer geproduceerd door actieve knollen. Mag maximum 0,5% zijn bij consumptie. In pootgoed ook liefst geen te hoge CO2-concentratie: tussen 0,5 en 1% dient men extra te ventileren. Waarden hoger dan 1% (10.000 ppm) kunnen effect hebben op de knollen en hun opkomst. Resultaat ethyleen ook beïnvloed door 5P’s (partij, potermaat, pootdatum, pootafstand en perceel). Grotere effecten bij rassen met lange kiemrust Behandeling duurt normaal 90 dagen (bij 70 dagen geen of weinig effect), moet kiemvrij starten Bij vroege start (“slow start”) opbouw concentratie gedurende 20 dagen (= kiemremming), daarna stabiele concentratie (knolveroudering stimuleren). Een ras Spunta reageert neutraal. Blijft mechanische koeling nodig? Temperatuur mag geleidelijk oplopen, maar in het voorjaar is koeling toch wenselijk om geen té hoge T...

PSTVd NL: nog niet uitgeroeid

De Nederlandse overheid heeft per 30 september ’14 een update de wereld ingestuurd rond het voorkomen van PSTVd (Potato Spindle Tuber Viroid). In het voorjaar was deze quarantaineziekte vastgesteld op een Nederlands kweekbedrijf (zie deze blog). Enerzijds blijkt dat PSTVd zich niet verder verspreid heeft naar andere kweekbedrijven of naar de reguliere pootgoedteelt. Anderzijds werd de ziekte begin september wel vastgesteld in de afdeling Plantenveredeling van Wageningen Universiteit (WUR). Deze afdeling werkte samen met het kweekbedrijf voor de veredeling. De omvang van de nieuwe vondst wordt verder onderzocht. Sinds de 1ste vondst in maart op het kweekbedrijf, werden door WUR echter geen materiaal meer verspreid, net omdat ze partner zijn van het kweekbedrijf. Foto PSTVd: links gezonde Nicola knol, rechts aangetast (bron...

Bacterieziekte in pootgoed

Op 19 augustus vond in Merelbeke een causerie plaats over bacterieziekte in pootgoed. De verschillende types Dickeya & Pectobacterium (voorheen “Erwinia”) genoemd werden door Johan Van Vaerenbergh toegelicht en de aangelegde proeven op ILVO werden besproken. Kürt Demeulemeester lichtte nadien ook de proeven van Inagro toe. Aansluitend werden de proefvelden van ILVO in Merelbeke bezocht. Een uitgebreid verslag kan je hier nalezen. De presentaties kan je hieronder terugvinden: Presentatie Johan (ILVO) – 10 Mb Presentatie Kürt (Inagro) – 5...

Loofklappen sterk verminderd in Nederland

De bevindingen van het Deltaplan Erwinia hebben bij de Nederlandse pootgoedtelers een duidelijke mentaliteitswijziging teweeg gebracht. Bij enkele bijeenkomsten van de pootaardappelacademie Zuidwest-Nederland was dit één van de meest prominente gespreksonderwerpen, ook nog afgelopen woensdag op een bijeenkomst in Aardenburg. Vooral nu we een lange, droge periode meemaken en het vollevelds loofdoden met Reglone niet zo evident is, komen er bij de Nederlandse telers heel wat vragen naar boven over hoe ze dan wel het gewas moeten doodkrijgen. In de conclusies van het Deltaplan Erwinia, een meerjarig onderzoek rond bacterieziekte dat vorig jaar werd afgerond, bleek immers dat het klappen een grote bron is voor verspreiding van bacterieziekte. Op bijeenkomsten van Nederlandse pootgoedtelers is duidelijk te horen dat heel wat telers alleen nog klappen bij rassen die zéér moeilijk dood te krijgen zijn (vb. Markies) of bij gecertificeerd pootgoed dat zal verkocht worden richt consumptie. Er wordt bijna niet meer geklapt als het gaat om uitgangsmateriaal voor de volgende...

Veel erwinia in hoogste klassen

Uit de resultaten van de NAK blijkt dat in 41,5 % van de Nederlands partijen van klasse S erwinia aanwezig is. Voor SE’s is dit zelfs 52,4%. De NAK heeft in 2011/2012 in totaal zo’n 500 monsters onderzocht. Naast een labotoets (PCR) is een de symptoomontwikkeling in het veld gevolgd. In 79% van de gevallen kwam het laboresultaat overeen met hetgeen in het veld te zien was. Bij een negatieve labotoets op de knollen werd in slechts 3,6% van de gevallen wél iets in het veld gezien. Omgekeerd bleken 17,4% van de monsters latent besmet: een positief resultaat in het labo, maar geen symptomen in het veld. Welke gevolgen dit grote aantal bacterie in de hoogste klassen zal hebben voor teelt en keuring kan of wil de NAK nog niet bekend maken. De labotesten zijn gebeurd via een combinatietoets, nl. via PCR waarbij ook tezelfdertijd ring- en bruinrot onderzocht werd. Uit de testen blijft ook dat de bacterie vaak de stam vPcc betreft (een Pectobacterium-variant); Dickeya blijkt niet zo vaak (meer) voor te komen. Waar in 2005 de verhouding Dickeya/Pectobacterium nog 3/1 was; is dit in 2012 net omgekeerd. Deze Nederlandse vaststellingen stemmen trouwens zeer goed overeen met de waarnemingen die ILVO doet op de Vlaamse pootgoedpartijen: ook hier is de verhouding van de genoemde bacteriestammen...